vuegen christine KOEN DE DECKER Een luchtig netwerk van diagonale fluores~ cerende draden, kubussen op rolwioltjos die strak geometrische lichtstrepen uitstralen en een gekanteld vierkantje uitgesn~den in een van de verduisterde ramen, Een onooglijk detail dat van de ruimte een ca- mera obscura maakt, uitkijkenci op kaduke dakpannen. Voeg daar paarse en groene fluorescentlolampen aan toe en je krijgt een psychedelische feeèrie. Zo transformeerde Koen De Decker vorige zomer de Water-to- ren in Bredene, tegenwoordig een filiaal van het S.M.A.K.. Dat hij zo sterk kon toeslaan, hadden we niet van hem verwacht. Tot dan vielen we niet direct in zwijm voor zijn re- alisaties, hoewel er prikkelende elementen opdoken. De kubus bijvoorbeeld, waar je een draai aan kan geven zodat de rond- Wervelende lichtlijnen een Vertigo-effect teweegbrengen. 'Ik ben altijd op zoek naar een ultiem den- ken', zegt de kunstenaar, In één van zijn schetsboeken heeft hij het opgetekend- `Het ultieme denken is zonder formuleerbare gedachte (misschien enkel suspense of vibratie of frequentie).' Daar kwam hij in Bredene heel dicht bij. De diagonale draden leken laserstralen, maar je kon er wel dege- lijk over struikelen, Even kwam het paviljoen van Tobias Rehberger in gedachten, een skeletstructuesr van lichtgevende latten, Maar de jonge Vlaamse kunstenaar doet niet aan architectuur. Hij verwijst zelfs niet naar de werkelijkheid, hoewel hij daar toch hij terecht kan komen. Zelf spreekt hij van `anti-ruimtes, die niet aar de realiteit zijn gerelateerd maar realiteit worden. Het gaat altïjd om een naar zichzelf of naar mijzelf verwijzend systeem. Het is een reflectie van binnenuit, een soort feedback.' Koen De Decker Zit duidelijk in de lift. Later dit jaar laat Kunsthalle Lophem hem los en Crown Gallery in Brussel pikt hem op voor de eerste galerietentoonstellir',g, Bijzonder verkoopbaar is zijn productie niet. Met een bolletje touw of een pakket bamboestokken bouwt hi~ installaties, een figuur van kippen draad houdt zich op rubberlaarzen staande met een slok in elke hand en de tekeningen zijn niet meer dan afgescheurde ideeën. Hij verkent zijn verbeelding, de wereld, ab- stracte patr000n, zet zijn privé-verzameling van uiteenlopende objecten in als `geheuge- nar-chief', filmt `homevideo's' waarin we zijn oog zien dat zijn eigen oog weerspiegelt. In zijn Rijksakademietijd ging hij aan de slag met gele elektriciteitsbuizen, de buizen waar Honoré d'O een patent op lijkt te hebben. Daarom week hij uit naar rode geribbelde buizen, kabelbeschermers, en weeft er door- kijksculpturen mee. 'De eerste strategische stap van de meeste kunstenaars is herken- baar worden', zegt hij. 'Ik probeer zoveel mogelijk vluchtwegen te creëren.' Christine Vuegen KUNSTBEELD nr02 2005 Koen De Decker, van 19 februari t/m26 maart, Crown Gallery, Hopstraat 7, Brussel,dot/m zat 14.30-18.30 uur, www.crowngallery.be