vervolg a universal scale of all things door stef van bellingen De nadruk ligt op de nieuwsgierigheid en weetgierigheid die steeds aan de basis kennis en het verzamelen ligt. Het is een eigenzinnige boedelinventaris, een dergelijk document vertelt ons wat ergens op een bepaald ogenblik aanwezig is. Men treft er soms de meest onbenullige zaken in aan, toch levert dit soort van inventarissen vaak welkome informatie om, bijvoorbeeld, een biografie op te bouwen. Naar analogie van dit geheugenarchief wees Jorge Luis Borges in zijn voorwoord bij de eerste druk van De Aleph en andere verhalen4 op een aantal stijlmiddelen waar hij teveel gebruik van maakt : de ongelijksoortige opsomming, de bruuske onderbreking van de handeling, de reductie van een heel mensenleven tot twee of drie scéne. Vooral de ongelijksoortige opsomming blijkt al uit enkele aanduidingen van Koen De Decker zelf in zijn omschrijving van objecten : met een moule gemaakt; reflecterend; geometrisch; objecten uit video; zaadvormen; gat in midden; objets trouvées; organisch; gezichten; maskers; remakeable multiples; de rest. Vast staat dat de betreffende verzameling niet tot stand gekomen is vanuit het encyclopedische ideaal tot volledigheid, maar eerder vanuit de toevallige empirische verrukking. Eens een verzameling vorm krijgt, bestaat nochtans de neiging om de dingen waar deze uit bestaat te ordenen en van een classificatie te voorzien. Het opleggen van een structuur bevredigt meestal onze behoefte tot overzichtelijkheid. Er is natuurlijk het onorthodoxe selectiecriterium van de leergierige coiffeuse in de film Educating Rita (1983). Op de vraag van haar uitgebluste docent Engels hoe ze haar literatuur dan wel selecteert, blijkt haar ontwapenende methode te bestaan uit de kleur die de ruggen van boeken hebben. Zo komt ze tot bijna dadaistische combinaties, maar zelfs de filosoof Francis Bacon wees al op het onstaan van hidden causes and secret notions bij elke poging tot classificatie. Dit idee van onzichtbare verbondenheid treft men eveneens aan in de stichtingsact van het British Museum (1753) waarin men stelt dat all arts and sciences have a connection with each other. En vermits vele musea uit rariteitenkabinetten groeiden, was het niet altijd duidelijk hoe ordening te brengen om didactisch verantwoorde verzamelingen uit te bouwen. Koen lijkt dit leerdidactische net te fnuiken en een archaische ordeningstoestand, waarbij dingen meer met elkaar verbonden zijn na te streven. Uit het memory archive van de kunstenaar zijn alle zaken, met een enkele uitzondering, van bovenuit gefotografeerd zoals gebruikelijk in de luchtfotografie. We weten dat deze van grote invloed geweest is op kunstenaars als Malevich of El Lissitsky (BEELD) en bepalend was bij het ontstaan van de abstracte kunst. Zo haalt El Lissitksy het cavaliére perspective aan, een gezichtpunt van boven uit. In een essay in 1925 schrijft hij dat door het Suprematisme de bovenste top van de visuele perspectivische piramide naar het oneindige verschoven is. Dit spelen met standpunten blijkt bij Koen De Decker eveneens verbonden aan het idee van het oneindige. Enerzijds toont hij de gefotografeerde objecten van bovenuit, op het eind van de tentoonstelling presenteert hij er echter een deel van op ooghoogte. De constructie (BEELD) waar ze zich op bevinden, is bovenaan voorzien van spiegels waardoor het kijkstandpunt verdubbelt. De sokkel waar deze objecten zich op bevinden, verkrijgt stevigheid door gebruik te maken van driehoekige constructie-elementen. Deze constructiewijze keert in de sculptuur The (e)state we live in, die zich eindeloos kan repeteren, een motief dat eveneens aanwezig is in de bewerkte foto van een babelse toren. Merkwaardig is dat de repetitieve muziek ontstond uit een naald die bleef hangen in een groef van de langspeelplaat. Door het vasthouden van steeds hetzelfde muzikale fragment werd het mogelijk om het beter te bestuderen. Een omgekeerde strategie hanteert de kunstenaar in de projectie van A universal scale of things waarin de vormen elkaar zo snel opvolgen dat ze door de hersenen niet meer apart opgeslagen kunnen worden en opgaan in een totaliteit. Dit idee van totaliteit en oneindigheid wordt eveneens belichaamd in de aanwezigheid van een staf, bovenaan bekroond met een glazen knop (BEELD) waarin zich zaden bevinden. Het verschijnsel van de kiem die nieuw leven genereert, vormt eveneens een constante in Koen De Deckers werk. Orde en chaos, rationaliteit en irrationaliteit, eenheid en veelheid raken steeds verbonden en hoe paradoxaal deze koppels ook lijken, zijn ze misschien wel de werkelijke uitdrukking van onze realiteit. Zo was er in de prachtig geordende pythagoreésche getallenwereld, voor irrationele getallen en verhoudingen geen plaats7. Maar irrationele getallen dringen zich zelfs al op bij heel simpele figuren zoals het vierkant. Hoewel de zijden daarvan het toonbeeld van onveranderlijke gelijkheid symboliseren, is de lengte van de diagonaal al niet meer in termen van die zijden te meten. Het accepteren van de irrationaliteit is een moeizaam proces geweest. De aanvaarding van (eeuwige) volmaaktheid en (tijdelijke) onvolkomenheid leidt binnen het werk van Koen De Decker tot de mogelijke conclusie : dat precies door het laten varen van elke hiérarchie, inzichtelijke verbindingen ontstaan die ons een glimp willen laten opvangen van het oneindige. Eindnoten : 1M. Janssens, Tachtig jaar na Tachtig. De evolutie van het personage in de Nederlandse verhaalkunt van Couperus tot Michiels, Groningen, 1979, p.18. 2 J. De Meyere en H. Weijma, Anamorfosen. Kunst met een omweg, Bloemendaal, 1989, p. 29. 3 Ellinoor Bergvelt e.a., Verzamelen. Van rariteitenkabinet tot kunstmuseum, Heerlen, 1993, p. 15. 4 Jorge Luis Borges, De Aleph en andere verhalen,(1949), Amsterdam, 2003. 5 Eindnoot 3, p. 290. 6 El Lisstizky, Tentoonstellingscatalogus Stedelijk Van Abbemuseum Eindhoven 15/12/1990-03/03/1991, Eindhoven, 1990, p. 27. 7 Albert Van Der Schoot, De ontstelling van Pythagoras. Over de geschiedenis van de goddelijke proportie, Baarn, 1999, p. 39.